Executieve functies

Executieve functies zijn een essentieel onderdeel van de ontwikkeling van ieder kind. Met name bij hoogbegaafde kinderen komen worden sommige executieve functies onderontwikkeld. Vooral als het gaat om leren. Hoogbegaafde kinderen hoeven vaak niet te leren voor de stof die ze aangeboden krijgen. "Dit weet ik gewoon" is vaak het antwoord wat je terug krijgt. Daardoor leren hoogbegaafde kinderen vaak niet hoe ze moeten leren. 

Er komt een moment waarop je kind niet gewoon alles meer weet. Op die momenten zijn executieve functies nodig. De handvaten die kinderen nodig hebben om te leren. Het is dan ook belangrijk om kinderen uitdagende stof aan te bieden waarvoor ze moeten werken. Op die manier zorg je er voor dat ze de handvaten krijgen om ook later efficiënt te leren.

Wat zijn executieve functies?

Executieve functies kunnen we het beste omschrijven als vaardigheden die ons helpen om taken uit te voeren. Je kunt het zien als een gereedschapskist, waaruit je gereedschap pakt dat je voor een bepaalde taak nodig hebt.

Naast het uitvoeren van taken helpen executieve functies ook bij het reguleren van gedrag. Elke situatie vergt een andere toolset. Goed ontwikkelde executieve functies zijn dus belangrijk voor de groei van je kind.

De rol van executive functies

De rol van executieve functies bij het benutten van vaardigheden. Zelfs bij een growth mindset en voldoende veiligheid, zelfvertrouwen en motivatie, is er nog geen garantie dat de cognitieve vaardigheden van kinderen naar buiten komen. Om vaardigheden te kunnen inzetten, heb je namelijk nog een aantal praktische vaardigheden nodig. Die vaardigheden noemen we executieve functies. Als bepaalde executieve functies nog niet goed ontwikkeld zijn, kan dat erg frustrerend zijn voor kinderen, hun ouders of leerkrachten.

Welke executive functies zijn er?

Responsinhibitie

Impulscontrole: Niet direct impulsief te handelen, maar eerst na te denken over de handeling

Leeftijdsindicatie: Begint zich tussen 4 de en 7de levensjaar zichtbaar te ontwikkelen. Deze ontwikkeling gaat verder tot in de volwassen leeftijd. Bij leerlingen met een ontwikkelingsvoorsprong kun je dit eerder stimuleren

Werkgeheugen:

Werkgeheugen: De nodige informatie lang genoeg te onthouden om een taak af te maken. Daarbij gaat het ook om eerder geleerde vaardigheden toe te passen in een actuele situatie.

Leeftijdsindicatie: Ontwikkelt zich tussen de leeftijd van 4 tot 15 jaar tot een niveau dat grotendeels gelijk is aan de mogelijkheden in de volwassen leeftijd. Bij leerlingen met een ontwikkelingsvoorsprong kun je dit eerder stimuleren

Emotieregulatie:.

Emotieregulatie: Emoties onder controle houden, zodat deze het voltooien van een taak niet in de weg staan.

Leeftijdsindicatie: Begint tussen het 7 e en 8 e levensjaar zichtbaar te ontwikkelen. Deze ontwikkeling gaat verder tot in de volwassen leeftijd. Bij leerlingen met een ontwikkelingsvoorsprong kun je dit eerder stimuleren

Taakinitiatie :

Taakinitiatie: De beschikbare tijd in de gaten houden en naar aanleiding daarvan te beoordelen hoe die tijd effectief besteed kan worden, zodat de taak binnen de tijd kan worden voltooid.

Leeftijdsindicatie: Begint zich tussen 4 de en 7de levensjaar zichtbaar te ontwikkelen. Deze ontwikkeling gaat verder tot in de volwassen leeftijd. Bij leerlingen met een ontwikkelingsvoorsprong kun je dit eerder stimuleren

Flexibiliteit:

Flexibiliteit: In te spelen op veranderende situaties en zo nodig een plan of werkwijze aan te passen.

Leeftijdsindicatie: Ontwikkelt zich in de leeftijd van 8e tot 12e jaar tot een niveau dat grotendeels gelijk is aan de mogelijkheden in de volwassen leeftijd. Bij leerlingen met een ontwikkelingsvoorsprong kun je dit eerder stimuleren

Planning en organisatie:

Planning: Een stappenplan te maken voor wat er moet gebeuren om een taak te voltooien. Het gaat er dan ook om of een kind in staat is om beslissingen te nemen over wat belangrijk is en wat niet of minder belangrijk is.

Organisatie: Ordelijk om te gaan met voor een taak benodigde middelen

Leeftijdsindicatie: Beginnen zich tussen het 8e en 12e levensjaar zichtbaar te ontwikkelen. Deze ontwikkeling gaat verder tot in de volwassen leeftijd. Bij leerlingen met een ontwikkelingsvoorsprong kun je dit eerder stimuleren

Metacognitie/ zelfsturing:

Metacognitie: Zelfmonitoring Te kijken naar het eigen handelen en te beoordelen of het effectief is of was

Leeftijdsindicatie: Beginnen zich tussen het 7e en 8e levensjaar zichtbaar te ontwikkelen. Bij leerlingen met een ontwikkelingsvoorsprong kun je dit eerder stimuleren

Deze ontwikkeling gaat verder tot in de volwassen leeftijd.

Doelgericht gedrag en doorzettingsvermogen:

Doorzettingsvermogen: Volhouden aandacht en doelgericht gedrag Niet alleen ergens aan beginnen, maar het ook af te maken, ook als de taak tegenvalt.

Leeftijdsindicatie: Beginnen zich tussen het 8e en 12e levensjaar zichtbaar te ontwikkelen. Deze ontwikkeling gaar verder tot in de volwassen leeftijd. Bij leerlingen met een ontwikkelingsvoorsprong kun je dit eerder stimuleren